Prinsjesdag 2020: de gevolgen voor jouw portemonnee

Volgens de berekeningen van het Kabinet gaat iedereen er volgend jaar iets op vooruit. Hoe de Prinsjesdag maatregelen uitpakken voor jouw portemonnee, leggen wij in dit artikel uit.

Hoeveel ga jij in koopkracht vooruit?

Een modaal huishouden gaat er volgend jaar 0,8% in koopkracht op vooruit. De grootste plus is voor werkenden, namelijk 1,2%. Uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden gaan er respectievelijk 0,5% en 0,4% in koopkracht op vooruit.

Deze koopkrachtplaatjes zijn schattingen. De daadwerkelijke uitwerking kan voor jouw portemonnee heel anders uitpakken.

Om je een goed beeld te geven, sommen wij onderstaand de belangrijkste wijzigingen voor (toekomstige) woningbezitters op:

Minder belasting over inkomen en vermogen in 2021

Het basistarief in de inkomstenbelasting gaat in 2021 van 37,35% naar 37,10%, daardoor betaalt iedereen volgend jaar minder belasting. Werken gaat meer lonen door een verhoging van de algemene heffingskorting. Bovenop de € 60,- die al gepland was, komt een extra verhoging van € 22,-. Ook de arbeidskorting en ouderenkorting worden verhoogd.

Het kabinet bouwt de zelfstandigenaftrek sneller en meer af dan eerder is afgesproken. In 2021 gaat de aftrek van € 7.030,- naar € 6.670,-. In 2036 blijft uiteindelijk een zelfstandigenaftrek van € 3.240,- over. Het kabinet wil hiermee de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers kleiner maken. Tegelijkertijd worden zelfstandigen gecompenseerd door bovengenoemde verhoging van de arbeidskorting en aanpassing van de inkomstenbelasting.

Vermogen wordt minder snel belast. In 2021 wordt het heffingsvrije vermogen in box 3 verhoogd van 30.836 euro naar  50.000 euro per persoon. Voor het vermogen boven de heffingsvrije grens worden de belastingschijven aangepast. De eerste loopt tot 100.000 euro en de tweede schijf tot een vermogen van 1 miljoen euro. Het resultaat is dat een miljoen spaarders en beleggers minder belasting gaan betalen over hun vermogen.

Tip van NBG:

Voor vermogende huizenbezitters kan het interessant zijn om de hypotheek deels in Box 3 te laten vallen. Zeker nu de hypotheekrente historisch laag is. Onze hypotheekadviseurs helpen u graag bij het maken van de juiste keuzes.

Geen overdrachtsbelasting voor kopers tot 35 jaar. Investeerders betalen juist meer.

Huizenkopers in de leeftijdsgroep 18 tot 35 jaar, betalen vanaf 2021 geen overdrachtsbelasting. Dit geldt voor starters, maar ook voor doorstromers die niet eerder van de startersvrijstelling gebruik hebben gemaakt. Valt één van de kopers niet onder de startersvrijstelling, dan wordt 2% overdrachtsbelasting berekend over de helft van de koopsom.

Voor de meeste andere kopers blijft de overdrachtsbelasting ongewijzigd, 2% van de koopsom. Wie een woning koopt, maar er niet zelf gaat wonen, gaat volgend jaar juist meer overdrachtsbelasting betalen. Het tarief gaat omhoog van 2% naar 8%.

Tip van NBG:

Heeft u een woning op het oog, dan kan het financieel aantrekkelijk zijn om, in overleg met de verkopende partij, de overdracht van de woning in 2021 te laten plaatsvinden. Wilt u een woning kopen waar u niet zelf gaat wonen, bijvoorbeeld voor verhuur of uw studerende kind, dan is het interessant om de overdracht dit jaar nog te laten plaatsvinden.  

De hypotheekrenteaftrek wordt verder afgebouwd

Zoals eerder aangekondigd, daalt het hoogste tarief voor de hypotheekrenteaftrek in 2021 met 3% naar 43%. In 2023 wordt de (voorlopig) laagst maximale hypotheekrenteaftrek van 37,05% bereikt

Ook de belastingaftrek voor huizenbezitters met een kleine of geen eigenwoningschuld daalt volgend jaar met 3,33%. De zogenoemde ‘Wet Hillen’ wordt in 30 jaar volledig afgebouwd.

Tip van NBG:

Door de afbouw van bovenstaand belastingvoordeel kan het nodig zijn om eerdere keuzes te herzien, bijvoorbeeld over aflossen of aflossingsvrij houden van de hypotheek. Ga na of je hypotheek een update nodig heeft en vraag een gesprek aan met je hypotheekadviseur.